home print back next admin

Marleen Muskens

Graduated in 2005
Function trainee
Organisation afdeling Bouwen, Wonen, Ondernemen van de gemeente Oosterhout
Work Place Oosterhout
Motto "Ik zoek de ruimte, letterlijk en figuurlijk"

Marleen Muskens ging studeren toen ze nog geen achttien was. In eerste instantie zocht ze een medische studie, maar ze twijfelde of ze dat op den duur wel interessant genoeg zou vinden. Het werd fysiotherapie in Utrecht, maar dat bood toch te weinig vrijheid. Sociale geografie werd haar tweede studie, deze rondde ze na viereneenhalf jaar cum laude af. Ze had toen al een baan.

"“Ik merkte al snel dat fysiotherapie me te schools was, een soort ‘7 vwo’. Ik wilde meer ruimte om eigen keuzes te maken, dus ben in januari gestopt en heb me vanaf toen verdiept in andere studies: eerst heel breed en vervolgens steeds meer focussen op wat me kon boeien. Ik wil middenin in actualiteit staan, niet op een kamertje focussen op één enkel ding, maar veel verschillende dingen tegelijk. Dan kom je al snel terecht op ‘de ruimte’. Sociale geografie heeft raakvlakken met cultuur, samenleving, economie; dat vind ik boeiend. Het is zo’n studie, waar je niet snel aan denkt. Je komt het vak niet zomaar tegen: dokter of slager of leraar zijn veel concretere beroepen.
Uiteindelijk heb ik mijn keuze voor sociale geografie pas in juli gemaakt: er waren geen open dagen meer, dus ik heb alleen op basis van schriftelijke informatie en telefoongesprekken met studieadviseur Jackie van de Walle gekozen voor Nijmegen. Eigenlijk helemaal tegen mijn gewoonte in, ik ben absoluut geen gokker.

Ik ben niet teleurgesteld in mijn positieve verwachtingen. Het was wel heel anders dan ik had verwacht. Het eerste jaar was doorbijten met vakken als filosofie – voor mij te zweverig – en statistiek. De andere vakken vond ik niet echt vervelend, maar wel behoorlijk algemeen. Mede door onze opmerkingen daarover is dat inmiddels veranderd. Naarmate ik verder in mijn studie kwam, kon ik me steeds meer specialiseren in mijn eigen interesses. Voor mij was dat economie, ik zoek de relatie tussen economie en ruimte. Dat is ook heel concreet en praktisch, daar hou ik van. Het ligt me minder om me in de theorie en de verschillende stromingen te verdiepen, ik ben niet zo’n wetenschappelijk onderzoeker.
Mijn favoriete vak was Vastgoedkunde. Daarvoor gingen we één keer in de week met z’n drieën naar Groningen, dat was onderdeel van een soort samenwerkingsovereenkomst met Nijmegen. Professor Nozeman van ING Real Estate maakte me met zijn verhalen uit de praktijk van het bedrijfsleven helemaal enthousiast. Het ging bijvoorbeeld over projectontwikkeling, nadenken over de markt en wat er allemaal achter zit. Dat is veel meer dan je op het eerste gezicht denkt.
Hoe verder ik in de studie kwam, hoe leuker het werd en hoe beter het ging. Ik kwam ook steeds meer tussen mensen met dezelfde interesses en ik vond een vriendin die op dezelfde manier werkte. We stimuleerden elkaar, sleepten elkaar mee. Als het lekker loopt, worden je resultaten ook vanzelf beter. We hebben een kleine vakgroep, dus de docenten kennen alle studenten en laten hun waardering merken. Die positieve reacties motiveren weer om je best te blijven doen. Ik heb er echt uit gehaald wat erin zit.

Voor ik begon, heb ik goed nagedacht over het beroepsperspectief. Uiteraard ben ik wel uitgegaan van mijn interesses, anders hou je een studie niet vol, maar ik heb me daar niet blind op gestaard. Mijn economische afstudeerrichting heb ik mede vanwege het betere beroepsperspectief gekozen, als economisch geograaf sta je wel ergens! Het vak is ook heel breed, ik kan zowel naar de overheid als het bedrijfsleven in.
Sociaal geografen worden weinig gevraagd, maar je moet vooral letten op competenties die gevraagd worden en dan jezelf aanprijzen. Ook de dingen die je naast je studie hebt gedaan, spelen mee. Ik heb vakken als ‘maatschappelijk ondernemen met grond en locaties’ en ’ontwikkeling, vormgeving en kwaliteiten van ruimte’ erbij gedaan bij bestuurskunde en planologie. Dat is het voordeel van Nijmegen, die opleidingen zitten in dezelfde faculteit en er is veel samenwerking tussen de studierichtingen.

Ik had al een maand voor ik mijn scriptie inleverde tien open sollicitaties de deur uitgedaan, gewoon om te kijken hoe daarop gereageerd werd. Toen ik een vacature zag voor een trainee op de afdeling Bouwen, Wonen, Ondernemen van de gemeente Oosterhout wist ik: dat is echt iets voor mij! De functie was niet precies ingevuld, maar het gevraagde pakket sloot precies bij mijn competenties aan. Het was wat vroeg, want ik zou pas drie maanden later afstuderen, maar ik ben daar heel serieus voor gegaan. Toen raakte het in een stroomversnelling, ik moest op heel korte termijn op gesprek komen. Het bleek een heel leuke functie te zijn, dus ik was razend enthousiast. Op de dag dat ik het cijfer voor mijn scriptie kreeg, had ik de baan. Uiteindelijk had ik dus al voor mijn afstuderen een baan en moest ik een vrije dag opnemen om af te studeren. Ik liep echt op wolken!
In mijn werk hou ik me met name bezig met volkshuisvesting, wonen, gebieds- en planontwikkeling en daarnaast met stedenbouw, milieu, verkeer en regionale economie. Breder kan haast niet! Ik heb heel verschillende taken. Zo ondersteun ik als projectsecretaris de strategisch projectleider bij een integraal ontwikkelproject, waar veel onderzoeksbureaus bij betrokken zijn. Uiteindelijk moet dat project uitmonden in een strategische visie op ruimtelijke ontwikkeling binnen de gemeente Oosterhout.
Daarnaast werk ik aan een notitie over starters op de woningmarkt: wat willen ze, wat kan de gemeente doen om ze te ondersteunen, wat gaat dat kosten, welke partijen kunnen we daarbij betrekken? Verder moet er eindverantwoording worden afgelegd over het ISV-budget, een rijkssubsidie voor stedelijke vernieuwing. Ik neem het inhoudelijke deel voor mijn rekening en zorg er voor dat dit met de financiële eindverantwoording door het college komt en naar Gedeputeerde Staten kan worden gestuurd.
Tenslotte is een van mijn taken het opstellen van criteria om de prioriteit van projecten te kunnen beoordelen. Een gemeente heeft altijd veel projecten en potentiële projecten – alles moet en ’t liefst gisteren -, maar budget en menskracht zijn beperkt. Het college moet dus keuzes maken en dat kan niet willekeurig.

Net als tijdens mijn studie ben ik met heel uiteenlopende dingen tegelijk bezig. Ik raak daar niet van in paniek: ik heb geleerd dat, ook als ik in het begin nog niet weet waar ik uit moet komen, zich dat uiteindelijk wel uitwijst. Geografie is vooral een manier van denken, van doen.”"