Joke Kersten
| Graduated in | 1972 |
| Function | Burgemeester |
| Organisation | Gemeente Uden |
| Work Place | Uden |
| Motto | "Ik heb nog elke dag plezier van mijn opleiding" |
Haar carrière is voor een groot deel door het toeval bepaald, hoewel mevrouw dr. J.W. Kersten dat toeval wel een stevig handje geholpen heeft: "Ik sta open voor mijn omgeving, luister serieus naar goede raad. Niet altijd loopt het leven zoals je gepland hebt. Tegenslagen zie ik als kansen, die wil ik benutten. Blijvend leren is voor mij noodzaak." Via het onderwijs en het kamerlidmaatschap kwam ze terecht op het gemeentehuis in Grubbenvorst en nu in Uden.
"Een oud-collega bracht me op het idee te solliciteren naar een burgemeesterspost. Daar had ik nog nooit aan gedacht, al wilde ik wel altijd een leidinggevende positie. Niet voor niets heb ik allerlei managementopleidingen gevolgd.
Het leuke van dit werk is, dat je het voor een groot deel zelf kunt maken. De afgelopen jaren ben ik heel druk geweest met de gemeentelijke herindeling. De keus daarvoor moest ik al na een maand maken. Mede dankzij mijn studie kon ik me snel inleven in de sociaal-economische situatie van de regio. Bij veel herinrichtingsplannen ligt het accent op versterking van de stad, wij hebben juist gezocht naar de samenhang tussen de plattelandsgemeenten. Dus niet zo maar een paar gemeenten samenvoegen om groot te zijn; drie keer niks blijft niks, de delen moeten elkaar versterken. Schaalvergroting was nodig om onze ambities te verwezenlijken. Dat is gelukt, in 2001 houden we als zelfstandige gemeente op te bestaan.
Naast het werk voor de twee gemeenten ben ik bestuurslid van het gewest Noord-Limburg met als portefeuille volksgezondheid. Een terrein waarin ik me nooit echt had verdiept, maar ook dat blijkt heel boeiend.
Het takenpakket van een burgemeester is breed, van werkvoorzieningsschap tot veiligheid en openbare orde. Bovendien wil ik er zijn voor de mensen in de gemeente bij lief en leed. Het vraagt veel, ja, maar als je eenmaal in zo'n rijdende trein zit, kun je geen dingen schrappen. Wil ik ook niet, het is zo boeiend en de moeite waard."
"Ik heb sociale geografie gekozen omdat het vak zo veel mogelijkheden biedt het 'hier en nu' te doorgronden. De combinatie van fysisch-geografische, sociaal-geografische, sociale, economische, culturele en historische factoren is zo bijzonder; dat leert je anders, bewuster naar het landschap te kijken.
Dat het Nijmegen werd, is toeval. Mijn MMS-opleiding bood geen toegang tot de universiteit. Ik begon met MO Aardrijkskunde in Tilburg en meldde me als toehoorder aan in Nijmegen. Je moest je toen nog, keurig in het pak, voorstellen aan de hoogleraren. Professor Winkelman vroeg me: 'Maar juffrouw, waarom doet u geen staatsexamen?' Weer zo'n toevalstreffer. Terwijl ik met mijn propedeuse bezig was, bereidde ik me via het LOI voor op het staatsexamen. De propedeuse was een slachting: tien van de 32 mensen slaagden. Dat ik er één van was, gaf me een stimulans om dat staatsexamen te halen. Dat was nodig voor het kandidaats.
Na mijn kandidaats in '68 ben ik erbij gaan werken. Ik wilde mezelf bedruipen. In het onderwijs kon je op dat moment snel aan de slag. Ze kwamen vragen of je alsjeblieft een paar uur les wilde geven, net als nu. Bovendien bood het de mogelijkheid voor een part time baan, dat kon ik combineren met mijn studie en later met kinderen. Ik was in die periode ook actief in het studentenleven, was abactis (secretaris) van de faculteitsvereniging, lid van de meisjesvereniging Dynamene, zat in het bestuur van het Diogenaal Genootschap. Later sloot ik me aan bij uiteenlopende groeperingen binnen de politiek en de vrouwenbeweging.
Ik heb 22 jaar prettig gewerkt in het onderwijs, ik zou het morgen met plezier weer doen. Er zit maar één nadeel aan: de eerste en de laatste dag zijn precies hetzelfde. Daarom heb ik, puur voor mijn plezier, een promotie-onderzoek gedaan (Policies for Rural Peripheral Regions in the European Community). Het vraagt een ijzeren discipline, maar was wel ontzettend boeiend. Ik heb er veel van geleerd, vooral van het schrijven, het was de kop op mijn studie.
Toen mijn proefschrift bijna klaar was, ik was inmiddels conrector in Den Bosch, wilde ik iets anders. Ik heb dat ook in mijn omgeving laten weten en al snel kreeg ik de vraag te solliciteren naar het kamerlidmaatschap. Dat lukte ook meteen; toen Evelien Herfkens naar de wereldbank ging, volgde ik haar op in de Kamer. Ik had daar een portefeuille met een sterk economisch accent. Een leuke tijd, ik had het wel langer willen doen maar de politieke ontwikkelingen beslisten anders. De PvdA verloor veel zetels en het systeem van kandidaatstelling veranderde, een tegenslag die de weg opende naar deze functie.
Als ik morgen opnieuw voor een studie moest kiezen, werd het weer sociale geografie. Het vak boeit me nog elke dag, ik zie het als ik door de omgeving rijd. Dat is niet alleen leuk, maar ook buitengewoon belangrijk in mijn functie. Omdat ik er verstand van heb, hoef ik geen briefje mee als ik naar de minister ga of iemand uit het lobbycircuit ontmoet. Mijn kennis en gedrevenheid komen van binnenuit.
Elke universitaire studie leert je je te bewegen in een academisch denk- en werkniveau, maar vakkennis vind ik onontbeerlijk. Sociale geografie geeft meer dan andere vakken een overall view, leert je de samenhang en de functionaliteit van factoren in een regio zien. Een carrière wordt bepaald door de combinatie van studiekeuze, persoonskenmerken en toevalsfactoren. Netwerken zijn onontbeerlijk, maar ook het blijven leren. Na je opleiding heb je een aantal vaardigheden, een dosis vakkennis en wat inzicht. Afhankelijk van je carrièrelijn moet je extra bekwaamheden ontwikkelen. Zonder een stevige dosis ambitie kom je er niet, het komt niemand aanwaaien."




