home print back next admin

Ton Dietz

Graduated in 1976
Function Hoogleraar sociale geografie; Directeur Amsterdam Research Institute for Global issues and Developme
Organisation Universiteit van Amsterdam
Work Place Amsterdam
Motto "Sociale geografie zet je met beide benen op de grond"

Als student begeleidde hij werkgroepen van eerstejaars, inmiddels geeft hij bijna 25 jaar les. Onderwijs bevalt hem goed, zolang hij daarnaast ruimte heeft voor onderzoek en interessante projecten. Als hoogleraar sociale geografie met als specialisatie mondiale en milieuvraagstukken reist Ton Dietz (48) jaarlijks naar het verre buitenland. Onderzoek alleen voor de wetenschap vindt hij een slechte tijdsbesteding, het moet voor hem praktisch en maatschappelijk bruikbaar zijn: "Ik hou niet van dat navelstaarderige!"

""Ik ben direct na mijn afstuderen naar Amsterdam vertrokken: daar kwam een universitaire onderwijsbaan vrij, waar ik samen met mijn vrouw op heb gesolliciteerd. Ieder de helft, want we hadden allebei diverse interesses en hobby's die we niet wilden opgeven voor een baan. Ik zat bijvoorbeeld in het comité Indonesië en was redactielid van een geografentijdschrift.

Dat ik zo lang gebleven ben en tot volle tevredenheid, komt mede doordat we hier alle ruimte kregen om praktisch werk te doen. Ik wilde weliswaar al vanaf het begin van de studie het onderwijs in, maar nooit dat alleen. Hier kon ik ook mijn belangstelling voor ontwikkelingswerk uitleven. Zo kregen we in '82 van het Ministerie van Ontwikkelingssamenwerking de opdracht voor een groot onderzoek in Kenya; daar ben ik samen met mijn vrouw en een fysisch geografe een jaar geweest. Naast mijn promotie vloeiden daar weer allerlei kortere missies uit voort: een keer drie maanden, dan weer zes weken. Dat is zo gebleven, ik ben elk jaar wel een paar weken weg.

Ik geef niet alleen onderwijs, maar coördineer ook de afstudeerrichting milieugeografie en -planologie. Bovendien doe ik nog steeds regelmatig onderzoek en leidt als directeur het onderzoeksinstituut. Mijn onderwijstaken kan ik doen binnen de uren die er voor staan; met onderzoek lukt dat niet. Dat heeft te maken met de nieuwsgierigheid die ik voel, daardoor lopen avonden, weekenden en vakanties nog weleens vol. Bovendien kom ik steeds in nieuwe, interessante projecten terecht terwijl ik nog bezig ben de vorige af te ronden.

Dat was al tijdens mijn studie zo, ik deed veel dingen tegelijk. Ik vond sociale geografie een heel interessante studie, maar heb er voor wat meer diepgang een jaar filosofie bij gedaan. Mijn werkleven bestond uit drie elementen: sociale geografie (te makkelijk toen), filosofie (hopeloos moeilijk) en in de avond marxismetrainingen.

Dat hoorde erbij in die tijd, de studentenrevolutie speelde zich in Nijmegen wat later af dan in Parijs en Amsterdam. Toch was mijn betrokkenheid bij studentenacties, hoe intensief ook, vooral studiegericht. Zo zat ik in een organisatiecomité voor een Vietnamcongres over het bombarderen van de dijken. Ik speelde wetenschappertje en verdiepte me in oude, Franse literatuur om te achterhalen wat dat voor het land betekende. In mijn vierde studiejaar richtten we de socialistische geografenbond op en we bedachten een nieuw onderwijsprogramma.

De studie gaf me alle gelegenheid mijn eigen interessen uit te leven. Met een paar studiegenoten onderzochten we bijvoorbeeld in Afrika wat het effect was van grote, multinationale projecten - een suikerrietplantage en een katoenfabriek - op een plattelandsomgeving. Ter voorbereiding verdiepten we ons in linkse theoretische literatuur: we verwachtten dat de projecten vooral uitbuiting zouden veroorzaken en nadelen voor de herkomstgebieden van de arbeiders. Daar klopte niets van. Na nauwkeurig meten bleek integendeel dat er een aanzienlijke geldstroom werd gecreëerd naar het herkomstgebied, de arbeiders deden allerlei hele slimme, bruikbare dingen met dat geld.

Zo leerde ik dus dat empirisch onderzoek iets heel anders is dan theoretisch onderzoek. De wereld is niet zo simpel dat mensen van bovenaf gedirigeerd worden en vastlopen in uitbuitingssituaties. Mensen kunnen uitstekend shoppen en zijn creatief in het ontlopen van autoriteit. Uit de dingen die op hen afkomen, pikken ze datgene wat ze kunnen gebruiken. Voor beleidsmakers en multinationals soms een gruwel, maar een realiteit waar we rekening mee moeten houden. Ik heb geleerd vooral te kijken vanuit de mensen die we bestuderen, hun autonomie te erkennen.

Als veldwerkgericht geograaf kom je er snel achter dat de werkelijkheid weerbarstiger is dan de theorie je doet geloven, ik draag dat mee sinds mijn Nijmeegse tijd. Wantrouw de dingen die je leest of hoort; onderzoek elke theorie, kijk zelf hoe het zit. Down to earth! Die benadering stimuleert me nog steeds: in ben niet alleen nieuwsgierig hoe een theorie in elkaar zit, maar ook hoe die elke keer niet blijkt te kloppen. Maatschappelijke en wetenschappelijke kennis wordt vaak misbruikt; milieu is tegenwoordig vaak een argument om dingen door te drukken die niet in de haak zijn. Als geograaf wil ik dat aan de orde stellen, ik wil steeds weer de theorie koppelen aan het veldwerk: wat gebeurt er nu precies?

Sociale geografie is dan ook een goede keus voor nieuwsgierige mensen, die als kind al kaarten en atlassen bestudeerden. Ondanks de gamma-oriëntatie moet je niet vies zijn van cijfers. Je moet je tanden willen zetten in een probleem en dat op verschillende manieren proberen op te lossen: in archieven snuffelen, lezen, zoeken op internet, reizen en met mensen praten. Je moet kortom vakwerk willen verrichten en niet bang zijn om met je laarzen door de blubber te gaan.""